Verwerkingsopdrachten bij boek
Opdracht I
1 a) Maarten 't Hart, 'Een vlucht regenwulpen'
b) Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 66e druk (1e druk: 1978)
c) 163 pagina's
2) Psychologische roman
3) “Maarten weet al vanaf de kleuterklas wat hij wil worden: bioloog. Zijn vader is tuinder en staat erop dat als Maarten klaar is met school hij de onderneming van zijn vader overneemt. Maarten weigert dit en staat erop dat hij na zijn school een studie mag gaan doen. De vader van Maarten is helemaal niet blij met Maarten zijn keuze voor een studie. Het gezin van Maarten is streng gelovig waardoor ze een wetenschappelijke studie als biologie eigenlijk helemaal niet zien zitten.
Maarten groeit op in een dorpje waar verder weinig andere mensen zijn. Van zijn verleden voor zijn basisschoolperiode weet hij bijna niks meer. Het enige wat hij weet is dat hij zijn amandelen moest laten knippen op het dorpsplein. Hij was nog nooit op het plein geweest en wist niet eens wat een plein was en zijn eerste ervaring met het plein was dan ook een slechte ervaring.
Al vanaf de kleuterklas leidt Maarten een eenzaam leven. Het liefste is hij alleen bezig met zijn eigen zaken en heeft hij het liefste dat anderen niet met hem bemoeien. Zijn hele basisschoolperiode brengt hij dan ook praktisch eenzaam door.
Als hij naar de middelbare school gaat verandert er nog niet erg veel in zijn leven aangezien hij nog net zo eenzaam is als eerst. Toch verandert er één klein ding: Maarten wordt verliefd op zijn klasgenoot Martha. In zijn ogen is Martha een onbereikbaar meisje met wie hij toch nauwelijks contact kan leggen, dus hij houdt haar zoveel mogelijk op afstand. Ondanks de afstand fantaseert Maarten wel regelmatig over haar en ziet hij al een leven met haar voor zich.
Na zijn middelbare school gaat hij biologie studeren met de richting celbiologie. Zijn vader is dan nog in leven, maar vlak na zijn toelatingsexamen overlijdt zijn vader. De vader van Maarten is nog steeds niet blij met de studiekeuze en geeft Maarten het gevoel dat hij zijn studie toch niet gaat halen. Aangezien Maarten helemaal klaar is met de kerk en het grote onzin vindt, besluit hij om toch zijn studie biologie te gaan doen. Vervolgens gaat Maarten bij zijn moeder wonen die vervolgens ook weer overlijdt aan keelkanker. Vanaf dan is Maarten wees en staat hij er alleen voor. De enige personen die hij nog in zijn leven had zijn gestorven waardoor Maarten zich alleen maar eenzamer gaat voelen.
Maarten blijft nog een lange tijd met de dood van zijn ouders zitten en krijgt zelfs een dwanggedachte over de dood. Een gedachte vertelt hem dat hij nog maar twee weken te leven heeft. Maarten probeert er in die laatste weken nog alles in te halen wat er in zit en probeert zoveel mogelijk leuke dingen te doen.
Om afleiding te zoeken besluit hij om naar zijn laboratorium te gaan. Hier wil hij uitzoeken of hij een kloon van mensen kan maken. Voor Maarten is het een teken van strijd: Maarten is helemaal klaar met het geloof en de kerk en wil iets doen wat tegen de gewoontes van de kerk is. Hij staat er dus op om van één klein celletje een heel mens te kunnen kloneren.
In die twee weken wordt Maarten ook uitgenodigd op een congres in Bern. Hij besluit naar Zwitserland te vertrekken en bij zijn collega’s Ernst en Adriana in te trekken. Hij heeft het erg naar zijn in in Bern, totdat Ernst en Adriana besluiten om een wandeltocht door de bergen te maken. Tijdens deze wandeltocht valt Maarten en zit hij naar zijn idee op de rand van de dood. Met veel bloedingen weet hij er uiteindelijk goed vanaf te komen.
Tijdens een schoolreünie voordat hij naar Zwitserland vertrok heeft Maarten nog de zus van Martha ontmoet. Hij vond de zus van Martha onwijs veel op Martha lijken en dacht eerst dat het Martha zelf was. Omdat Martha nog steeds zijn grote liefde is, hoopte hij via contact met de zus van Martha uiteindelijk met Martha contact te krijgen. Maarten had dan nog ook een afspraak met de zus van Martha staan. Via een ansichtkaart laat hij de zus van Martha weten dat hij de afspraak af wil zeggen.
Die nacht heeft Maarten koorts en droomt hij in zijn koortsbui over Martha. Hij ziet Martha voor zich en wordt er helemaal blij van. Tijdens die droom besluit Maarten dat hij niet meer moet proberen om zijn isolement te doorbreken en gewoon te doen wat hij wil doen: zijn isolement voortzetten en alleen voortleven. Dit houdt in dat hij verder alleen zal leven met weinig contact met anderen.”
Opdracht II
Toets
Open Vragen
1 Wat is de oorzaak van de pleinvrees van Maarten?
2 Waarop slaat de titel van het boek?
3 Noem een reden waardoor Maarten aan zijn geloof gaat twijfelen.
4 Noem nog een reden waardoor Maarten aan zijn geloof twijfelt.
5 Hoe ontmoet Maarten Martha?
6 Wat doet Maarten als Martha bij de schoolkrant weggaat?
7 Wat gaat Maarten in Bern doen?
9 Hoeveel tijd verstrijkt er in het boek?
10 Wat was het beroep van de vader van Maarten?
Meerkeuzevragen
11 Wat wil Maarten doen om Martha te kunnen zien.
A Naar een andere kerk gaan.
B Naar haar huis gaan.
C Met haar afspreken.
12 Wie is het strengst gelovig?
A Maarten
B Maarten's vader
C Maarten's moeder
13 Maarten duwt een van de jongens die hem pesten
A in de sloot.
B van een brug.
C in een koeienvlaai.
14 Maarten plukt
A appels.
B druiven.
C bessen.
15 Adrienne komt uit
A België
B Frankrijk
C Duitsland
Juist of onjuist
16 Maarten's moeder sterft aan longkanker.
17 Maarten heeft celbiologie gestudeerd.
18 Martha is getrouwd.
19 Regenwulpen zijn zeldzaam.
20 Maarten gebruikt de natuur als een soort plaats om heet te vluchten.
21 Maarten houdt veel van zijn vader.
22 Maarten's vader overlijdt vlak voor zijn toelatingsexamen.
23 Tijdens een schoolreünie ontmoet Maarten Martha.
24 Maarten vindt het fijn om alleen te zijn.
25 De vader van Maarten is blij dat Maarten bioloog wil worden.
Antwoorden
1 Hij moest zijn amandelen laten knippen in het ziekenhuis.
2 Op de groep regenwulpen die voorbijvliegt voor Maarten's moeder overlijdt.
3 Hij ziet Martha met haar hoofd tegen een man aanleunen in de kerk en hij vraagt zich af wat voor zin het heeft om naar de hemel te gaan na je dood als je geliefde je niet ziet staan.
4 Hij kan niet geloven dat God zijn moeder zo laat lijden.
5 Hij ontmoet haar bij de redactie van de schoolkrant.
6 Hij gaat in de bibliotheek werken, omdat ze daar vaak komt.
7 Hij gaat naar een congres over weefselkweek.
9 Ongeveer 2 weken.
10 Hij was een tuinder.
11 A
12 C
13 C
14 B
15 B
16 onjuist
17 juist
18 juist
19 juist
20 juist
21 onjuist
22 onjuist
23 onjuist
24 juist
25 onjuist
Hallo Erik,
BeantwoordenVerwijderenIk zie dat je Een vlucht regenwulpen gelezen hebt. De eerste opdrachten zien er prima uit, zoals het hoort. Je toets kan ik slecht beoordelen omdat ik zelf niet het boek gelezen heb, maar je hebt volgens mij wel vragen gemaakt die aansluiten op het boek, als ik de samenvatting lees. Hoop dat het boek leuk was! Prima gedaan dus.
Daan