woensdag 16 december 2015

Samenvatting Van de koele meren des doods, Frederik van Eeden

Dit boek gaat over Hedwig Marga de Fontayne, een zeer gevoelige en intelligente vrouw, die haar emoties niet kan 
of wil koppelen aan de realiteit. Al als zij jong is weet ze het hart van vele mensen te veroveren met haar schoonheid en haar vrome, bescheiden en spontane karakter. Zij is vaak depressief en voelt zich (terecht) onbegrepen door haar omgeving. Ze ontmoet Johan Johan, een jongen die kunstenaar wil worden en hij wordt verliefd op haar. Hedwig lijkt dit niet helemaal te begrijpen en kan hem ook niet duidelijk maken dat de liefde niet wederzijds is: ze vindt het fijn om aardig gevonden te worden en wil graag bevriend zijn met Johan. Johan krijgt hierdoor het idee dat Hedwig wel anders in hem geïnteresseerd is en als hij er na een aantal jaren achterkomt dat dit niet zo is, doordat zij trouwt met Gerard, stuurt hij haar boze brieven en hangt tekeningen op in winkels van Hedwig als kwaadaardige sfinx. Via Johan heeft Hedwig de zieke Joob ontmoet, die haar zijn visie op het leven vertelt en en vaak met haar spot om haar pijntjes: volgens hem heeft zij het echte leven nog niet ontdekt. 
   Vanaf het eerste moment dat Gerard en zij elkaar hadden gezien, hadden zij geweten dat zij bij elkaar hoorden, maar ook deze liefde bleek van misverstanden aan elkaar te hangen. Zij houden veel van elkaar als vrienden, maar Hedwig wil graag kinderen, terwijl Gerard hun relatie puur platonisch wil houden. Dit had psychologische redenen die hij niet verduidelijkt, omdat hij denkt dat Hedwig hem begrijpt. Dan komt Hedwig een oude vriend van haar broer tegen, de ondertussen gevierde pianist Ritsert. Zij voelt zich sterk tot hem aangetrokken. Ze vertelt Gerard opgewonden over haar vriend. Haar man ziet dat zij na lange tijd weer opgeleefd is en keurt hun vriendschap goed, omdat hij niet weet dat de twee een seksuele relatie opbouwen. Als hij hier toch achterkomt wil hij Ritsert vermoorden, waarop Hedwig een zelfmoordpoging doet. Ritsert redt haar leven. Gerard geeft te kennen dat hij Hedwig nooit meer wil zien en zij vertrekt met Ritsert naar Engeland. 
   Als zij daar een tijdje wonen blijkt Hedwig in verwachting te zijn. Ze is hier heel verheugd over, maar kort nadat het kind geboren is sterft het. Hedwig raakt in een psychose. Ze stopt het kind als een pop in een tas en verdwijnt. Ze wil naar Holland, omdat ze het kind aan de vader wil laten zien; ze verwart Ritsert met Gerard. Uiteindelijk belandt ze in Parijs, waar ze eerst bijna beroofd wordt van haar tas en vervolgens omdat ze geen geld meer heeft gaat werken als prostituee. Ze raakt verslaafd aan valium en belandt uiteindelijk in een verzorgingshuis, waar ze het goede pad op wordt geholpen door zuster Paula. Zij doet haar de waarde van het leven inzien en overtuigt haar ervan dat God nog van haar houdt. 
   Hedwig gaat terug naar Nederland, waar Joob haar bewondert om haar verandering en zij gaat werken als hulp bij boer Harmsen, een vroegere pachter van het land van haar ouders. 
Op drieëndertigjarige leeftijd sterft zij aan longontsteking.

Samenvatting Kaas, Willem Elsschot

In de inleiding over de stijl vergelijkt Elsschot deze met muziek en vervolgens komt er een breder opgezette vergelijking: een blauwe lucht die langzamerhand met wolken wordt bedekt, terwijl gongslagen weerklinken. Uit deze uitvoerige bergelijking kan men opmaken dat de schrijver het begrip stijl opvat als de kunst een boek zo te 'componeren' dat het de lezer doorlopend boeit; de lezer moet voortdurend in spanning uitzien naar wat komt en de schrijver moet hem telkens weer verrassen met onverwachte dingen. 
Merkwaardig, want afwijkend van wat in romans gebruikelijk is, is de opsomming van personages en elementen, vóór het eigenlijke verhaal begint. Iets dergelijks verwacht men eerder bij een toneelstuk. Bij Frans Laarmans staat: klerk, daarna koopman, daarna weder klerk. Dit is eigenlijk heel in het kort de inhoud van de roman. 
Laarmans' moeder sterft. Op de begrafenis maakt het kennis met Van Schoonbeke, die hem uitnodigt tot een bezoek. Wekelijks is er bij deze rijkaard een bijeenkomst van rijke, invloedrijke, gewichtige lieden; althans zij doen zich zo voor. Laarmans, die een pennelikker is, voelt zich in dit milieu misplaatst. Van Schoonbeke biedt hem nu aan, vertegenwoordiger van een Hollandse kaasfirma te worden. Laarmans stemt toe. Hij gaat naar Amsterdam en krijgt daar bij de firma Hornstra een contract. In Schoonbeke's vriendenkring kan hij nu doorgaan voor groothandelaar in voedingswaren! 
Frans krijgt van zijn broer, de dokter, een schriftelijke verklaring, dat hij een maand niet kan werken. Hij krijgt die maand ziekteverlof, maar zonder behoud van salaris. Hij richt zijn kantoor in en bestelt brievenpapier. De 10.000 kazen arriveren en worden in een veem opgeslagen. Laarmans gaat op zoek naar een bureau en een schrijfmachine. Op de club van Schoonbeke verkoopt hij aan ieder der aanwezigen één bol… voor de prijs van de groothandel. In een advertentie vraagt hij om agenten en krijgt 164 brieven, die hij alle beantwoordt. Mensen van het kantoor komen hun 'zieke' collega een geschenk aan bieden. 
Van de 30 agenten die hij aanstelt, hoort hij voorlopig niets. Hij wordt tot plaatsvervangend voorzitter gekozen van de Vakbond van Belgische kaashandelaren en moet met enkele andere kaas-prominenten naar het Departement van Handel om ver mindering van invoerrechten te bepleiten. Van het onderhoud met de directeur-generaal begrijpt hij niets, maar als hij in wanhoop uitroept dat hij er genoeg van heeft, raakt de directeur-generaal, die zijn woorden verkeerd opvat, zo onder de indruk dat de verlaging wordt toegestaan. 
Ten- einde raad – er is praktisch nog geen kaas verkocht – gaat Laarmans advies vragen bij Boorman, adviseur voor kooplieden, wonend in Villa des Roses (!) te Brasschaet. Diens goede raad helpt niet. Als Laarmans eindelijk een winkel durft te betreden om zijn kaas te slijten, blijkt de winkelier de vorige agent van Hornstra te zijn. 
Laarmans geeft het op. Als Hornstra komt , durft hij zelfs de deur niet te openen. Hij wordt weer klerk. En dan ontvangt hij van een agent uit Brugge een bestelling van 4200 kilo! Te laat! 
Bron: Belangrijke letterkundige werken; dr. Jos J. gielen & J. G. W. Gielen

vrijdag 5 juni 2015

Verwerkingsopdracht bij "Het Gouden Ei"



Opdracht I
1. a) Tim Krabbé, Het Gouden Ei
b) Uitgeverij Prometheus, Amsterdam, eerste druk: 1984
c) 97 pagina's

2. Thriller

3. Samenvatting

De hoofdpersoon in het boek is Rex Hofman. Samen met zijn vriendin Saskia Elhvist gaat hij op vakantie naar Frankrijk. Onderweg stoppen ze bij een benzinestation. Nadat ze een ruzietje goed hebben gemaakt gaat Saskia wat te drinken kopen in het benzinestation. Intussen beseft Rex hoeveel hij eigenlijk van haar houdt, hij wil haar nooit meer kwijt. Maar Saskia blijft heel lang weg en als Rex haar gaat zoeken, blijkt ze spoorloos verdwenen te zijn. Een grote zoekactie wordt ingezet, maar Saskia blijft spoorloos.

Dan gaat het verhaal 8 jaar later weer verder. Rex heeft intussen een nieuwe vriendin, Lieneke, met wie hij samen op vakantie is in Italië. Onder een partijtje badminton krijgt Rex de gedachte om met Lieneke te gaan trouwen. Maar als hij haar ’s avonds ten huwelijk wil vragen, blijkt toch dat Saskia nog tussen hen in staat en ze besluiten om toch nog niet te gaan trouwen. Die nacht heeft Rex een nachtmerrie die ook Saskia eens had toen ze nog jong was. Rex zit opgesloten in een gouden ei dat door de ruimte vliegt. Hij moet er voor eeuwig in blijven en alleen als het andere gouden ei dat door de ruimte vliegt hem raakt, zal hij sterven en is hij uit zijn lijden verlost.

Dan gaat het verhaal weer 8 jaar terug. Het gaat in dit hoofdstuk over de persoon Raymond Lemorne, de ontvoerder en moordenaar van Saskia. Er wordt beschreven dat toen Raymond eens een meisje van de verdrinkingsdood had gered, hij bij zichzelf bedacht dat het heel makkelijk was om ongestraft een misdaad te plegen. Deze zieke gedachte gaat hij steeds verder uitwerken. Hij koopt een afgelegen huisje, een pistool en een besteld een fles chloorkalk. Ook bedenkt hij hoe en waar hij het vrouwelijke slachtoffer gaat pakken. Zo bedenkt hij een truc dat hij zijn arm in een mitella doet, bij een druk benzinestation gaat staan en aan een jonge vrouw vraagt of ze misschien even wil helpen met zijn aanhangwagentje te koppelen. Ondertussen zal hij de vrouw bedwelmen en haar ontvoeren. Tijdens dit plan vermoordt hij ook nog tussen door 2 onschuldige kampeerders. Zijn plan mislukt steeds, totdat hij Saskia tegenkomt. Voor ze het weet heeft hij haar in de auto bedwelmd en haar meegenomen.

Dan gaat het verhaal weer 8 jaar verder. Rex en Lieneke zijn terug van vakantie. Door het huwelijksaanzoek en de nachtmerrie, besluit Rex, als een soort eerbetoon aan Saskia, een grote reclamecampagne te houden in Franse bladen. Eerst krijgt hij geen serieuze reacties hierop, maar na een tijdje komt er een 50 jaar oude man naar hem toe (Raymond Lemorne), die vertelt dat hij weet wat er met Saskia is gebeurd. Hij vertelt dat ze dood is. Hij wil het Rex, die de man herkend van een foto genomen van het benzinestation waar hij met een mitella voor de ingang stond, wel uitleggen hoe ze is vermoord, maar alleen door hetzelfde met hem te doen. Rex twijfelt, maar gaat toch mee, uit liefde voor Saskia. Ze rijden naar het benzinestation, waar Lemorne precies de situatie naspeelt zoals bij Saskia. Rex neemt ook het slaapmiddel in. Als hij weer wakker wordt merkt hij dat hij levend begraven is in een kleine kist.

Het boek eindigt dat Lieneke Rex als vermist opgeeft. Er komt een maandenlange speurtocht, maar die levert niets op. Net als Saskia 8 jaar terug, is Rex nu ook van de aardbodem verdwenen.
(bron: http://educatie-en-school.infonu.nl/samenvattingen/1454-boekverslag-over-het-gouden-ei.html)

Opdracht II Karakterbeschrijving Hoofdpersonen

De twee belangrijkste personen uit het boek zijn Rex Hofman en Saskia Ehlvest. Rex is de hoofdpersoon van het verhaal. Hij is een rustige en vriendelijke man. Hij werkt bij een tijdschrift en heeft een relatie met Saskia. Wanneer ze samen op vakantie gaan, loopt dat heel anders af dan ze hadden gehoopt. Saskia verdwijnt en Rex weet niet waar zij is. Hij wil dit heel graag weten. Dit blijkt uit het feit dat hij Raymond Lemorne volgt wanneer hij zegt dat hij hem zal kunnen laten weten wat er met Saskia gebeurd is. Hoewel Raymond Rex vertelt dat Saskia dood is, en Rex dus weet dat dit waarschijnlijk ook voor hem het eind van zijn leven zal zijn, hij moet immers hetzelfde ondergaan als Saskia, is hij toch bereid dit te doen. Het feit dat hij hiertoe bereid is, laat zien hoe graag Rex de waarheid wil weten over wat er die ene zomer in Frankrijk met Saskia is gebeurd nadat ze spoorloos verdween op het tankstation. Ik vind het doorzettingsvermogen van Rex bewonderenswaardig. Saskia heeft rode haren en is nogal een ijdeltuit. Vroeger heeft zij een droom gehad waar ze zat opgesloten in een gouden ei dat door de ruimte vloog, waar ze niet uit kon. Hierdoor heeft ze ook claustrofobie. Ze vindt haar uiterlijk belangrijk en wil alles op orde hebben. Lieneke is de vriendin van Rex nadat Saskia is verdwenen. Ze is niet een heel belangrijk personage in het boek en daarom wordt er niet heel veel informatie over haar gegeven. Ze komt over als een serieuze vrouw, en zij en Rex hebben het samen leuk.
Verder is er Raymond Lemorne, een sadistische Fransman die niet helemaal in orde is. Hij is ooit van een gebouw af gesprongen omdat hij wilde weten hoe dit zou zijn. Hij is scheikundeleraar, is getrouwd en heeft twee kinderen. Hij wil een perfecte moord plegen, en vindt Saskia een geschikt slachtoffer.

zondag 17 mei 2015

Verwerkingsopdracht Verlichting - Filosofie

De idealen van de Verlichting


De Verlichting is een politieke en filosofische stroming, waarin vooral het verbeteren van de wetenschap en intellectuele uitwisseling centraal stonden. De Verlichting duurde van ongeveer 1650 tot 1789, het begin van de Franse Revolutie. Ze vormde het begin van de huidige westerse beschaving qua denkbeeld ten opzichte van religie, filosofie, wetenschap etc. Uit de Verlichting volgde de modernisering van de westerse samenleving.

Filosofen uit de verlichting hadden bepaalde idealen waarvan zij graag wilden dat ze zouden worden verwezenlijkt, maar wat is er van deze idealen terechtgekomen? Voorbeelden van idealen zijn dat mensen mondiger moesten worden gemaakt, er moest een eerlijke verdeling van de macht komen en de nadruk moest op verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid komen te liggen.

Naar mijn mening zijn mensen zeker mondiger gemaakt. Er is een vrijheid van meningsuiting, wat dus betekent dat iedereen kan zeggen wat hij of zij wil, er is geen censuur in onze samenleving. Dit natuurlijk in verband met de intellectuele uitwisseling die in de Verlichting centraal stond. Via teksten en andere vormen van media kunnen mensen aan anderen informatie en hun eigen denkbeelden overbrengen. Toch is het niet in elk ander land zo dat je ongestraft kunt zeggen wat je wil, en kan er dus nog veel worden veranderd in de rest van de wereld.

Verder is er de verdeling van de macht. Tegenwoordig is Nederland een parlementaire democratie. Dat wil zeggen dat door het nederlandse volk vertegenwoordigers worden gekozen om de staat te besturen. Dit is eigenlijk wat de meeste Verlichtingsdenkers wilden: verandering van standenstaat naar democratie. Nu is er in Nederland geen sprake van een echte democratie, waarin ieder zijn eigen mening kan uitbrengen, en dus worden er vertegenwoordigers gekozen. Je kunt je afvragen of dit dan nog wel werkt, en de vertegenwoordigers niet eerst zeggen wat mensen willen horen, om vervolgens, wanneer ze zijn gekozen, te doen wat ze zelf willen en vooral denken aan wat voor henzelf van belang is.

Ook is er meer verdraagzaamheid en vrijheid van godsdienst gekomen. In Nederland worden mensen in het algemeen geaccepteerd zoals ze zijn, en iedereen is op godsdienstig vlak vrij te geloven wat hij of zij wil. Deze vrijheid van godsdienst staat dan ook in de grondwet beschreven. Ook hierbij geldt dat dit buiten Nederland niet overal het geval is, en dit ideaal van de Verlichtingsdenkers is dus niet overal doorgevoerd. Nog steeds bestaat er op de wereld discriminatie op basis van bijvoorbeeld etniciteit of godsdienst.

De idealen van de Verlichtingsdenkers zijn dus wel degelijk doorgevoerd. Er is in Nederland vrijheid van meningsuiting en mensen mogen dus schrijven en zeggen wat ze willen. Daarnaast is Nederland een parlementaire democratie geworden. Er is ook meer verdraagzaamheid en vrijheid van godsdienst. Mensen zijn vrij hun eigen denkbeelden te hebben. Het is echter wel zo dat van dit alles niet overal op de wereld sprake is, en dus kan worden gezegd dat de idealen niet over de hele wereld doorgevoerd zijn.

vrijdag 17 april 2015

Verwerkingsopdracht bij Max Havelaar


Is Max Havelaar representatief voor de Romantische literatuur?


'Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, N° 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aantevangen, dat gy, lieve lezer, zoo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt.'

Wanneer je je verdiept in de Nederlandse literatuur, zul je deze zinnen hoogstwaarschijnlijk lezen. Het is het begin van 'Max Havelaar' van Multatuli, pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, verschenen in 1860. Deze roman gaat over het leven in Nederlands-Indië en is geschreven in de tijd dat de Romantiek een belangrijke literaire stroming was in Europa.

De Romantiek is een stroming in de literatuur aan het eind van 18e en in de 19e eeuw. Het was een periode waarin mensen zich afzetten van de voorgaande periode, de Verlichting. Een kenmerk van deze stroming is de nadruk op het gevoel en de emoties van personages. Er wordt meer uitgegaan van het gevoel dan van het verstand en er wordt aandacht geschonken aan de natuur. Een ander centraal thema is de afzet tegen de politiek. Ook wordt er vaak geschreven over reizen naar verre landen. Veel van deze kenmerken zijn terug te vinden in het boek van Multatuli.

Multatuli benadrukt in zijn boek het gevoel. Gedachtegangen van hoofdpersonages worden uitvoerig beschreven. In bijvoorbeeld het liefdesverhaal van Saidjah en Adinda komen veel emoties tot uiting in het boek. Er wordt zo door Multatuli veel emotie en medeleven bij de lezer opgewekt. Max Havelaar heeft een sterk gevoel voor rechtvaardigheid, en laat zich daar door leiden. Zo wordt zijn gevoel boven zijn verstand verkozen. Aan het eind van het boek wordt ook vanuit Multatuli zelf geschreven hoe hij zich voelt over de situatie in Nederlands-Indië. Dit zijn belangrijke aspecten van de Romantiek.

In heel het boek staat de afzet tegen de politiek centraal. Het tegengaan van politieke onderdrukking is een van de belangrijkste thema's van het boek. Het Indonesische volk onderdrukt door de Nederlanders. Hier is Max Havelaar op tegen en hij probeert de onderdrukking tegen te gaan.

Een ander aspect van de Romantiek is dat er binnen een boek verschillende verhaallijnen zijn. Ook dit is in Max Havelaar het geval. Er zijn drie verschillende vertellers in het boek: Batavus Droogstoppel, een Amsterdamse koffiehandelaar; Max Havelaar, assistent-resident van Lebak, en Multatuli zelf. Ook wordt in het boek een verhaal over Saidjah en Adinda verteld.

Je kunt dus zeker zeggen dat Max Havelaar representatief is voor de Romantiek. Het is geschreven in de tijd dat de Romantiek een belangrijke stroming was, en veel Romantische aspecten kunnen worden teruggevonden in het boek. Het gevoel en emoties worden benadrukt en verkozen boven het verstand, de afzet tegen de politiek is een belangrijk thema en in het boek kunnen verschillende verhaallijnen worden onderscheiden.

vrijdag 6 februari 2015

Keuzeopdracht Een vlucht regenwulpen

Verwerkingsopdrachten bij boek

Opdracht I
1 a) Maarten 't Hart, 'Een vlucht regenwulpen'
b) Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, 66e druk (1e druk: 1978)
c) 163 pagina's
2) Psychologische roman

3) “Maarten weet al vanaf de kleuterklas wat hij wil worden: bioloog. Zijn vader is tuinder en staat erop dat als Maarten klaar is met school hij de onderneming van zijn vader overneemt. Maarten weigert dit en staat erop dat hij na zijn school een studie mag gaan doen. De vader van Maarten is helemaal niet blij met Maarten zijn keuze voor een studie. Het gezin van Maarten is streng gelovig waardoor ze een wetenschappelijke studie als biologie eigenlijk helemaal niet zien zitten.

Maarten groeit op in een dorpje waar verder weinig andere mensen zijn. Van zijn verleden voor zijn basisschoolperiode weet hij bijna niks meer. Het enige wat hij weet is dat hij zijn amandelen moest laten knippen op het dorpsplein. Hij was nog nooit op het plein geweest en wist niet eens wat een plein was en zijn eerste ervaring met het plein was dan ook een slechte ervaring.

Al vanaf de kleuterklas leidt Maarten een eenzaam leven. Het liefste is hij alleen bezig met zijn eigen zaken en heeft hij het liefste dat anderen niet met hem bemoeien. Zijn hele basisschoolperiode brengt hij dan ook praktisch eenzaam door.

Als hij naar de middelbare school gaat verandert er nog niet erg veel in zijn leven aangezien hij nog net zo eenzaam is als eerst. Toch verandert er één klein ding: Maarten wordt verliefd op zijn klasgenoot Martha. In zijn ogen is Martha een onbereikbaar meisje met wie hij toch nauwelijks contact kan leggen, dus hij houdt haar zoveel mogelijk op afstand. Ondanks de afstand fantaseert Maarten wel regelmatig over haar en ziet hij al een leven met haar voor zich.

Na zijn middelbare school gaat hij biologie studeren met de richting celbiologie. Zijn vader is dan nog in leven, maar vlak na zijn toelatingsexamen overlijdt zijn vader. De vader van Maarten is nog steeds niet blij met de studiekeuze en geeft Maarten het gevoel dat hij zijn studie toch niet gaat halen. Aangezien Maarten helemaal klaar is met de kerk en het grote onzin vindt, besluit hij om toch zijn studie biologie te gaan doen. Vervolgens gaat Maarten bij zijn moeder wonen die vervolgens ook weer overlijdt aan keelkanker. Vanaf dan is Maarten wees en staat hij er alleen voor. De enige personen die hij nog in zijn leven had zijn gestorven waardoor Maarten zich alleen maar eenzamer gaat voelen.

Maarten blijft nog een lange tijd met de dood van zijn ouders zitten en krijgt zelfs een dwanggedachte over de dood. Een gedachte vertelt hem dat hij nog maar twee weken te leven heeft. Maarten probeert er in die laatste weken nog alles in te halen wat er in zit en probeert zoveel mogelijk leuke dingen te doen.

Om afleiding te zoeken besluit hij om naar zijn laboratorium te gaan. Hier wil hij uitzoeken of hij een kloon van mensen kan maken. Voor Maarten is het een teken van strijd: Maarten is helemaal klaar met het geloof en de kerk en wil iets doen wat tegen de gewoontes van de kerk is. Hij staat er dus op om van één klein celletje een heel mens te kunnen kloneren.

In die twee weken wordt Maarten ook uitgenodigd op een congres in Bern. Hij besluit naar Zwitserland te vertrekken en bij zijn collega’s Ernst en Adriana in te trekken. Hij heeft het erg naar zijn in in Bern, totdat Ernst en Adriana besluiten om een wandeltocht door de bergen te maken. Tijdens deze wandeltocht valt Maarten en zit hij naar zijn idee op de rand van de dood. Met veel bloedingen weet hij er uiteindelijk goed vanaf te komen.

Tijdens een schoolreünie voordat hij naar Zwitserland vertrok heeft Maarten nog de zus van Martha ontmoet. Hij vond de zus van Martha onwijs veel op Martha lijken en dacht eerst dat het Martha zelf was. Omdat Martha nog steeds zijn grote liefde is, hoopte hij via contact met de zus van Martha uiteindelijk met Martha contact te krijgen. Maarten had dan nog ook een afspraak met de zus van Martha staan. Via een ansichtkaart laat hij de zus van Martha weten dat hij de afspraak af wil zeggen.
Die nacht heeft Maarten koorts en droomt hij in zijn koortsbui over Martha. Hij ziet Martha voor zich en wordt er helemaal blij van. Tijdens die droom besluit Maarten dat hij niet meer moet proberen om zijn isolement te doorbreken en gewoon te doen wat hij wil doen: zijn isolement voortzetten en alleen voortleven. Dit houdt in dat hij verder alleen zal leven met weinig contact met anderen.”


Opdracht II

Toets

Open Vragen
1 Wat is de oorzaak van de pleinvrees van Maarten?
2 Waarop slaat de titel van het boek?
3 Noem een reden waardoor Maarten aan zijn geloof gaat twijfelen.
4 Noem nog een reden waardoor Maarten aan zijn geloof twijfelt.
5 Hoe ontmoet Maarten Martha?
6 Wat doet Maarten als Martha bij de schoolkrant weggaat?
7 Wat gaat Maarten in Bern doen?
9 Hoeveel tijd verstrijkt er in het boek?
10 Wat was het beroep van de vader van Maarten?


Meerkeuzevragen
11 Wat wil Maarten doen om Martha te kunnen zien.
A Naar een andere kerk gaan.
B Naar haar huis gaan.
C Met haar afspreken.

12 Wie is het strengst gelovig?
A Maarten
B Maarten's vader
C Maarten's moeder

13 Maarten duwt een van de jongens die hem pesten
A in de sloot.
B van een brug.
C in een koeienvlaai.

14 Maarten plukt
A appels.
B druiven.
C bessen.

15 Adrienne komt uit
A België
B Frankrijk
C Duitsland

Juist of onjuist
16 Maarten's moeder sterft aan longkanker.
17 Maarten heeft celbiologie gestudeerd.
18 Martha is getrouwd.
19 Regenwulpen zijn zeldzaam.
20 Maarten gebruikt de natuur als een soort plaats om heet te vluchten.
21 Maarten houdt veel van zijn vader.
22 Maarten's vader overlijdt vlak voor zijn toelatingsexamen.
23 Tijdens een schoolreünie ontmoet Maarten Martha.
24 Maarten vindt het fijn om alleen te zijn.
25 De vader van Maarten is blij dat Maarten bioloog wil worden.


Antwoorden
1 Hij moest zijn amandelen laten knippen in het ziekenhuis.
2 Op de groep regenwulpen die voorbijvliegt voor Maarten's moeder overlijdt.
3 Hij ziet Martha met haar hoofd tegen een man aanleunen in de kerk en hij vraagt zich af wat voor zin het heeft om naar de hemel te gaan na je dood als je geliefde je niet ziet staan.
4 Hij kan niet geloven dat God zijn moeder zo laat lijden.
5 Hij ontmoet haar bij de redactie van de schoolkrant.
6 Hij gaat in de bibliotheek werken, omdat ze daar vaak komt.
7 Hij gaat naar een congres over weefselkweek.
9 Ongeveer 2 weken.
10 Hij was een tuinder.
11 A
12 C
13 C
14 B
15 B
16 onjuist
17 juist
18 juist
19 juist
20 juist
21 onjuist
22 onjuist
23 onjuist
24 juist
25 onjuist

vrijdag 31 oktober 2014

opdracht Karel ende Elegast

Het was vroeg in de ochtend en buiten regende het terwijl ik in een stoel zat, starend naar het lichtgevende beeldscherm van mijn computer. Eén dag geleden was het eindelijk begonnen, het plan dat ik samen met mijn netwerk van hackers al sinds vele maanden eerder aan het voorbereiden was. Tot nu toe verliep alles precies zoals we het hadden gehoopt en er was niets of niemand die ons nog in de weg zou staan. Ongemerkt werden bergen geld van de bankrekeningen van rijke mensen, nee, té rijke mensen gehaald om vervolgens via verschillende routes bij mij aan te komen. We waren nu bijna halverwege en morgen zou al het geld bij mij binnen zijn. Veel armoede zoud spoedig verdwijnen. Over het hele land moesen biljetten door de brievenbussen van de armste personen in onze samenleving gedaan worden. Hoewel ik met alles wat ik doe het beste met onze wereld voor heb, is het van belang dat ik anoniem blijf. Wie ik ben en waar ik woon is voor iedereen geheim. Wanneer al het geld is uitgedeeld en dus op de plek is waar het hoort te zijn, zit mijn taak erop en leef ik mijn leven, alsof er niets is gebeurd, maar kunnen anderen eindelijk weer leven zoals ze lang niet hebben gekund door een financiele beperking. Dat is waar het mij om draait.